Sociale netwerken in de achttiende eeuw: De inwoners van Heugem

Sociale netwerken in de achttiende eeuw: De inwoners van Heugem

Bij sociale netwerken denken mensen al snel aan internetsites zoals Facebook. Maar netwerken zijn zeker geen modern, virtueel verschijnsel, ze hebben altijd een onlosmakelijk deel van de alledaagse werkelijkheid gevormd. Een sociaal netwerk ontstaat wanneer meerdere mensen op één of andere manier met elkaar verbonden zijn. Dit kunnen zwakke banden zijn, zoals met kennissen, collega’s, enzovoorts, maar ook sterke banden zoals verwantschap en vriendschap. Een familie is in die zin een sociaal netwerk en genealogie kan gezien worden als het onderzoek naar sociale netwerken van mensen die aan elkaar verwant waren. Een voorbeeld van zo’n onderzoek is een studie die ik momenteel doe naar de inwoners van het Zuid-Limburgse dorp Heugem.

Sociale netwerken vormen de basis van het menselijke bestaan. De identiteit van mensen wordt voor een groot deel bepaald door de sociale netwerken waarvan ze deel uitmaken. We identificeren ons met familie, het bedrijf waarin we werken en andere sociale banden. De familie is het sterkste netwerk, maar is tegenwoordig vaak geografisch versplinterd. Families wonen verspreid over verschillende steden en het komt nog maar zelden voor dat familieleden in dezelfde straat wonen. In het verleden was dit anders en woonde hele families vaak in het zelfde dorp. Het sociale netwerk van de genealogie vormde de natuurlijke structuur van het collectieve dorpsverleden en men identificeerde elkaar vaak aan hand van de verwantschappen die men met elkaar had.

Om deze hypothese nader te onderzoeken heb ik de verwantschapsverbanden onderzocht tussen alle inwoners van het Zuid-Limburgse dorpje Heugem die daar in april 1796 woonden. Hieruit blijkt dat bijna alle inwoners aan elkaar verwant waren, alhoewel ze niet noodzakelijk dezelfde voorouders deelden. Verwantschap in Heugem vormde een hecht netwerk van relaties waarbij bijna iedereen in het dorp aan elkaar verbonden was door bloedverwantschap of middels een huwelijk.

Heugem

In de vruchtbare uiterwaarden van de Maas, met zicht op de St Pietersberg, ligt Heugem—tegenwoordig een wijk van de stad Maastricht, simpelweg aangeduid met ‘Wijk 29’. Voordat het dorpje een wijk van de naburige stad werd, maakte het bijna duizend jaar lang deel uit van het Rijksgraafschap Gronsveld. De heersers van Gronsveld waren volledig soeverein en de aldaar residerende schepenbanken bezaten dan ook de hoge rechtsmacht. Het belang van Gronsveld als rijksheerlijkheid blijkt ook uit het eeuwenlang uitoefenen van het muntrecht. Het land in het graafschap was erg vruchtbaar en Heugem was waarschijnlijk een belangrijke leverancier van groenten aan het nabije Maastricht. Het leven was echter hard aangezien de Maas regelmatig overstroomde en het dorp soms geheel verwoest werd. Ook vormde het gebied vaak het toneel voor de vele belegeringen van de Maastricht, wat de inwoners van de omliggende dorpen vaak duur kwam te staan.
In 1794 veranderde het leven van de inwoners drastisch. Na een eerdere mislukte poging veroverden de Franse republikeinse legers Maastricht en omliggende gebieden en werd Heugem ingelijfd in het Franse keizerrijk.

Maastricht gezien vanaf de St Pietersberg

Maastricht gezien vanaf de St Pietersberg. Heugem is net zichtbaar rechtsonder.

De volkstelling van 1796

De basis voor dit onderzoek ligt twee jaar later. De Franse bezetters voerden veel grote veranderingen in: de burgerlijke stand, een nieuwe kalender, belastingen en een volkstelling. Op 21 april 1796 moesten alle inwoners opdraven om te worden geregistreerd. De inwonerslijsten voor het kanton Eijsden, waar Heugem deel van uitmaakte, werden door commissaris Pierre Bachelier van het Directoir Exécutief vastgesteld. Deze lijsten vormden een belangrijke bron van informatie voor de bezetter, met name voor het heffen van belastingen en het identificeren van mannen die beschikbaar waren voor de pas ingevoerde dienstplicht.

Maar de bezetters voerden deze volkstelling met de Franse slag uit. Kinderen jonger dan twaalf jaar werden niet individueel genoteerd en de nauwkeurigheid van de registratie is over het algemeen niet al te groot. De inwonerslijsten bevatten tevens geen informatie over de verwantschappen tussen de inwoners, behalve tussen ouders en inwonende kinderen. In mijn onderzoek zijn deze gegevens uit de lijst dan ook aangevuld met de doop, trouw en begraafregisters van de parochie in Heugem. Alleen op die manier kon er een goed beeld ontstaan van de genealogische samenstelling van het dorp.

Het grootste verschil tussen mijn Heugemse onderzoek en een normaal genealogisch onderzoek is dat een heel dorp op één bepaald moment in de tijd is onderzocht, terwijl bij een familiegeschiedenis zo ver mogelijk in de tijd wordt terug gegaan. In wetenschappelijke taal heeft een genealogie een diachronisch perspectief, het is een steekproef van de geschiedenis. Een genealogie kijkt immers doorgaans maar naar een klein deel van de bevolking. In tegenstelling tot de genealogie biedt een sociale antropologie een zogenaamd synchroon perspectief—een breed overzicht van de bevolking van één tijdsvak.

Wie woonden er in Heugem?

Ten tijde van de volkstelling woonden er in Heugem 173 mensen in 39 huizen. Gemiddeld woonden in ieder huis 4,4 mensen—twee huizen hadden negen bewoners en pastoor Hubertus van Bloer woonde alleen. Gemiddeld waren de inwoners van Heugem dertig jaar oud. De pastoor was met vijfennegentig jaar de oudste inwoner. De jongste inwoner, Balthasar Frijns, was pas twee weken oud; zijn vader, met dezelfde naam, was al zeven maanden voor zijn geboorte overleden. Tenminste zes vrouwen waren zanger, ofwel veertien procent van de volwassen vrouwen in het dorp. Ondanks het harde leven in die tijd waren de inwoners van Heugem gezond. Slechts twee van de vijfenvijftig kinderen brachten het niet tot volwassenheid. De Heugemnaren die in 1796 in het dorp woonden, hadden een levensverwachting van 66 jaar—veel hoger dan de gemiddelde levensverwachting van 50 jaar.

Heugem was een klein dorp, maar kende een gevarieerde beroepsbevolking. De meeste mensen werkten in de tuinbouw, die het naburige Maastricht van voedsel voorzag. Uit een veetelling van 1790 weten we dat er in dat jaar zeventig boeren met vee waren. Veel echte armoede zal er niet veel zijn geweest: slechts zes mensen worden in de volkstelling als armlastig omschreven. Het dorp telde ook een reeks zelfstandige vakmannen. Zo waren er drie smeden, twee schoenmakers, een bakker, een timmerman en een brandewijnstoker. De notabelen van het dorp waren de burgemeester, de schoolmeester en de pastoor met zijn koster.

Trouwen binnen het eigen dorp

Het dorpje was een gesloten gemeenschap. Het overgrote deel was in Heugem geboren en zou er ook sterven. De inwoners die niet in Heugem geboren waren kwamen uit de nabije omgeving. Uit het naburige Gronsveld was opvallend genoeg slechts één persoon afkomstig: Sophia Pleumakers, boerin en weduwe van Franciscus Starren die in Heugem met haar vijf volwassen kinderen woont. Gezien de nauwe banden tussen de twee dorpen zou men meer vermenging verwachten. Heugem had een speciale band met het dorpje Sint Pieter aan de andere kant van de Maas. Caspar Claessens en Wilhelmus Lowewijck zijn in Sint Pieter geboren en met Heugemse meisjes getrouwd. Ook waren er banden met het nabije Heer. Laurentius Beckers en zijn gelijknamige zoon waren met meisjes uit het naburige Heer getrouwd. Mannen uit Heugem die in Heer verkering hadden, bezochten hun geliefde overigens via het Heugemer voetpad, dat het Koebroek doorkruiste. Volgens de lokale legendes waanden er in dit moeras gevaarlijke duivels en vuurmannen.

Het overgrote deel van de Heugemnaren zocht een huwelijkspartner in het eigen dorp. Hierdoor waren er regelmatig gevallen van huwelijken tussen bloedverwanten, wat een doorn in het oog was van de katholieke kerk. De doop- en huwelijksregistratie werden door de Kerk dan ook voornamelijk ingevoerd om de seksuele moraal te reguleren en om zo huwelijken tussen verwanten te voorkomen. Als een huwelijk tussen verwanten toch noodzakelijk was—bijvoorbeeld als de bruid zwanger was—dan kon dispensatie worden verleend. Dat dit belangrijk was voor de pastoor, blijkt uit een los vel inde Heugemse kerkregisters waarop een schema is getekend om de graden van verwantschap te illustreren. De pastoor was behalve herder van de zielen van de Heugemnaren dus ook genealoog.

Sociaal netwerk van Heugem in 1796

Sociaal netwerk van Heugem in 1796. Klik om te vergroten.

Hij was echter zeker niet een perfecte genealoog, want er waren meer huwelijken tussen verwanten dan er dispensaties werden verleend. Het meest in het oog springende huwelijk met dispensatie is dat tussen Wilhelmus Bessems en Maria Hendricx. Maria is een dochter van de half-zus van Wilhelmus. Ook is het interessant om te vermelden dat Nicolaus Beckers, een zoon van neef en nicht Nicolaus en Anna Maria Beckers op achttienjarige leeftijd overlijdt. De pastoor vermeldt in het begrafenisregister dat hij was geboren zonder verstand (‘amens à navitate’), wat te maken kan hebben met de bloedverwantschap van zijn ouders. De hoge frequentie van huwelijken tussen verwanten is een interessante bevestiging van het artikel van Kees Kuiken in het vorige nummer van dit tijdschrift.

Het sociale netwerk van Heugem

Sociale netwerkanalyse is een onderzoeksmethode om verbanden tussen mensen weer te geven. In principe is een sociaal netwerk hetzelfde als een traditioneel genealogisch schema, maar de patronen worden wiskundig gerangschikt met speciale software. Een genealogisch schema biedt, zoals al gezegd, een diachrone weergave, terwijl in een sociaal netwerk één moment in de tijd wordt weergegeven.

Een sociaal netwerk van verwantschappen verschilt van andere vormen van sociale netwerken. In een netwerk van verwantschappen overstijgen relaties tussen de leden van het netwerk immers de dood. Ook nadat een persoon is overleden, houden de familiebanden stand. Zo blijven neven en nichten aan elkaar verwant na de dood van hun gezamenlijke grootouders. In andere vormen van sociale netwerken is dit niet het geval: als iemand overlijdt worden de verbanden gebroken omdat er dan immers geen sociale interacties meer zijn. De genealogie is een sociaal netwerk dat de doodt overstijgt.

In het sociale netwerk van Heugem zijn mannen met driehoekjes weergegeven en vrouwen met cirkeltjes. Een rood figuurtje betekent dat deze persoon niet in Heugem geboren is. Een wit figuurtje geeft aan dat deze persoon al is overleden. Verbanden tussen ouders en kinderen zijn met een pijltje weergegeven; waar dit verband niet zeker is, wordt een stippellijn gebruikt. Blauwe lijntjes geven huwelijken weer.

Het netwerk laat duidelijk zien dat er binnen Heugem een hoge mate van verwantschap bestond. Bijna iedereen was op één of andere manier met elkaar verbonden. Dit betekent echter niet dat men ook familie van elkaar was. Binnen een verwantschapsnetwerk wordt pas van familie gesproken als individuen elkaar als zodanig erkennen. Zo was Franciscus van den Boorn een achterneef van de schoonzoon van de tante van Nicolaus en Anna Bessems, maar zij zullen elkaar waarschijnlijk niet als familie hebben beschouwd. De gemiddelde inwoner had een bloedverwantschap met twaalf andere inwoners en als we ook aanverwantschap in acht nemen, dan is bijna iedereen lid van het centrale netwerk. De enige persoon in het dorp zonder enige verwantschapsverbanden is de pastoor.

Ter afsluiting

Het analyseren van een compleet dorp met behulp van de genealogische methode geeft een fascinerend zicht op de sociale structuur van het verleden. Het Heugemse onderzoek is voor Nederland uniek: voor professionele historici is het te veel werk om een gemeenschap via de genealogische methode uit te werken en genealogen zijn doorgaans vooral geïnteresseerd in hun eigen familie. De belangrijkste vraag die nu gesteld kan worden is of Heugem uniek was met haar dichte verwantschapsnetwerk. De recente voortgaande ontsluiting van genealogische bronnen zal het makkelijker maken om dit soortonderzoek ook voor andere plaatsen uit te voeren.

Verder lezen

Zie voor de geschiedenis van Heugem bijv. A.H. Jenniskens, Heugem. Klein dorp in een grote wereld (Maastricht, 2008) en Gilles Jaspars, ‘Pastoor van Bloer van Heugem, een herder die schrijlings op zijn kudde zat’, Grueles 22 (2002) 62-71 en dez., ‘De watersnood in Heugem in 1784’, Grueles 28 (2008) 18-28. Voor de volkstelling van 1796: Henk Boersma, De bevolking van het kanton Eijsden in 1796 (Maastricht 2002).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *