Genealogie: Wetenschap of tijdverdrijf?

Inleiding

Studiezaal van het Regionaal Historisch Centrum te Maastricht (Foto: RHCL).

Studiezaal van het Regionaal Historisch Centrum te Maastricht (Foto: RHCL).1

In de archieven in Nederland is het meestal wel een drukte van belang.2 De studiezalen zijn echter niet gevuld met professionele historici werkend aan een nieuwe publicatie of een promotie-onderzoek. Het overgrote deel van de archief bezoekers in Nederland bestaat uit mensen die onderzoek doen naar de geschiedenis van hun eigen familie, ze maken een ‘stamboom’.

Het schrijven van familiegeschiedenis staat in wetenschappelijke kringen niet zo goed aangeschreven. Veel professionele historici en ook veel archivarissen hebben openlijk of diep in hun hart minachting voor genealogie en de doorsnee beoefenaar van de genealogie.3 Ook in de cursus Familie, Huwelijk en Gezin van de Open Universiteit worden deze amateur onderzoekers niet echt serieus genomen. In deze cursus worden genealogen niet gelijkgesteld met historici, maar vergeleken met puzzelaars en verzamelaars.4 Zelfs genealogen onderling zijn het niet altijd eens hoe een goede genealogie uit moet zien. In de Vlaamse Stam van 1990 werd een stevige polemiek gehouden over dit onderwerp.5


Presentatie voor de Open Universiteit Nederland (1999).

Volgens Filip Bastiaen is de reden voor deze minachting dat veel genealogen gefixeerd zijn op het verzamelen van zoveel mogelijk voorouders en daarbij het grotere verband in historische zin uit het oog verliezen.6 Het verschil zit echter niet alleen in de motivatie van de onderzoekers, er zijn ook intrinsieke verschillen tussen een familiegeschiedenis en een historisch onderzoek.

Familiegeschiedenis als Wetenschap

Een familiegeschiedenis is over het algemeen niet afgebakend in de tijd. De genealoog probeert zo veel mogelijk gegevens over zijn of haar voorouders te verzamelen, het liefst zo ver mogelijk terug in de tijd. De eerste vraag die genealogen dan ook over het algemeen aan elkaar stellen is: “Hoe ver ben jij?”. Een familiegeschiedenis heeft per definitie een zeer smalle basis, er wordt meestal één bepaalde familie of afstammingslijn onderzocht. Een familiegeschiedenis is dus als het ware een diepe proefboring in de tijd waarbij van iedere periode en plaats slechts een heel klein monster van de geschiedenis wordt genomen.

Onderzoeksafbakening in de genealogie en in de sociale geschiedenis.

Onderzoeksafbakening in de genealogie en in de sociale geschiedenis.

Er zijn grote verschillen tussen genealogie en historisch onderzoek. Een historische studie is afgebakend in onderwerp, gebied én tijd. Historici onderzoeken een specifiek onderwerp binnen een bepaalde periode in een bepaalde plaats of streek.7 Een familiegeschiedenis daarentegen is alleen beperkt door de juridische verwantschap van de beschreven personen. Een historisch onderzoek is altijd opgezet vanuit een specifieke probleemstelling, hetgeen bij een familiegeschiedenis veel ontbreekt. Historische onderzoeken zijn afgebakend en onderzoeken specifieke vragen. In de familiegeschiedenis gaat het om het verzamelen van zoveel mogelijk voorouders, zonder enige afbakening. De analogie van de proefboring volgend, wordt bij een historisch onderzoek een breder, meer representatieve steekproef uit een bepaalde samenleving in een bepaald tijdvak genomen.

Door deze intrinsieke verschillen zal er altijd een kloof bestaan tussen genealogen en historici. Het heeft dus dan ook geen zin, bovenstaande in acht nemend, om aan een familiegeschiedenis dezelfde eisen te stellen als een aan historisch onderzoek. In de literatuur over genealogisch onderzoek wordt dit echter wel veelal gedaan. Een familiegeschiedenis wordt vaak vergeleken met streekgeschiedenis, een stukje plaatselijke historie, waarbij de voorouders van de onderzoeker geplaatst worden in de context van hun tijd en waarbij hun leven zo gedetailleerd mogelijk geschetst wordt.8 Dit is echter een welhaast onmogelijke opgave aangezien een familiegeschiedenis vele lagen in de tijd doorsnijdt en zich veelal ook in vele verschillende gebieden afspeelt. Ook is men bij het schrijven van een dergelijke streekgeschiedenis vaak beperkt omdat over de meeste mensen die in een familiegeschiedenis voorkomen slechts heel weinig informatie bekend is, vaak niet meer dan het feit dat ze geboren zijn.

Historische Antropologie

Genealogisch onderzoek heeft veel meer gemeen met de historische antropologie dan met streekgeschiedenis. In de historische antropologie dient de culturele antropologie als inspiratiebron voor historisch onderzoek, of andersom kan de historische methode van dienst zijn om relevante antropologische gegevens te verzamelen.

Het onderzoeksobject van de culturele antropologie is de studie van de mens en is traditioneel gericht op het bestuderen van levende schriftloze culturen in exotische oorden. In antropologisch onderzoek wordt voornamelijk gebruik gemaakt van participerende observatie om culturen te bestuderen. Dit betekent dat een antropoloog lange tijd leeft in de cultuur die bestudeert wordt, de taal leert spreken en ook deelneemt aan het dagelijks leven. Objecten van studie in de antropologie zijn bijvoorbeeld verwantschapsbanden en rituelen van het dagelijks leven. Dit zijn ook voor de historicus, en zeker voor de genealoog zeer interessante onderwerpen. Er is dan ook een vruchtbare kruisbestuiving tussen de antropologie en de geschiedschrijving tot stand gekomen.9 De participerende observatie wordt in de historische antropologie ingeruild voor onderzoek naar historische bronnen. Deze bronnen worden vervolgens door een antropologische bril bestudeerd. De genealoog wordt aldus een antropoloog die zich zoveel mogelijk in het leven van de voorouders verplaatst.

Historisch antropologisch onderzoek kenmerkt zich op de eerste plaats door het kwalitatieve karakter. Dit in tegenstelling tot de meer kwantitatieve sociologische benadering van de geschiedenis waar het verleden wordt samengevat in grafieken en tabellen. Tweede kenmerk is de concentratie op kleine gemeenschappen en micro samenlevingen in plaats van grote sociale patronen. De historische antropologie heeft vooral aandacht voor het bijzondere. Dit in tegenstelling tot andere benaderingen, die meer aandacht hebben voor het algemene en vaak op zoek zijn naar wetmatigheden en structuren in de geschiedenis.10 Deze eigenschappen maken de historische antropologie tot een uitermate geschikt instrument voor het bedrijven van familiegeschiedenis. Een familiegeschiedenis is immers kwalitatief van aard, beschrijft een kleine gemeenschap en men men heeft vooral aandacht voor het bijzondere en in mindere mate het algemene.

In een familiegeschiedenis staat de beschrijving van de verwantschapsbanden tussen de beschreven familieleden centraal. Volgens antropoloog Peter Kloos is verwantschap echter meer dan een netwerk van genetische relaties tussen mensen, het is voornamelijk een cultureel verschijnsel.11 Het bestuderen van verwantschap geeft inzicht in de sociale structuren van het verleden. Dit maakt het schrijven van een familiegeschiedenis tot een cultuurwetenschappelijke activiteit die de grenzen van de normale geschiedschrijving overschrijdt. De vraag die zich nu opwerpt is welke functie de genealogie heeft binnen de cultuurwetenschappen. Is het schrijven van een familiegeschiedenis een wetenschappelijke activiteit, is het een hulpwetenschap van de geschiedschrijving of is het een puur persoonlijke beleving? Binnen de traditionele hiërarchische opvatting van de wetenschappen wordt de genealogie als een hulpwetenschap van de historiografie beschouwd. Genealogische collecties worden bijvoorbeeld gebruikt voor biografisch, prosopografisch en bepaalde soorten van demografisch onderzoek.12 Voor het opstellen van deze genealogische collecties is het bedrijven van genealogie dus zeker van belang voor de wetenschappelijke beoefening van geschiedschrijving. Deze collecties gaan echter voorbij aan wat een familiegeschiedenis zo bijzonder maakt, namelijk de aandacht voor het individu. In een familiegeschiedenis worden processen beschreven die in een bredere oriëntatie op de geschiedenis verloren gaan in de statistieken.

Conclusie

Deze bespiegelingen over genealogie als een vorm van historische antropologie plaatsen de familiegeschiedenis in een ander perspectief. Voor de meeste genealogen die de archieven bevolken zal dit echter niet veel uitmaken. Een familiegeschiedenis is ten eerste van persoonlijk belang voor de auteur en zijn of haar familieleden. De redenen voor de populariteit van deze hobby worden veelal gezocht in een tegenbeweging ten aanzien van het individualisme in de huidige westerse maatschappij, de genealoog zoekt volgens de La Haye zijn identiteit, op zoek naar het antwoord op de vraag: “Wie ben ik en waar kom ik vandaan?”.13 Het verankeren van de persoonlijke identiteit in het verleden geeft de genealoog een fundament in een over het algemeen zeer veranderlijke wereld.

Familiegeschiedenis kan een vruchtbare vorm van wetenschappelijke geschiedschrijving in de vorm van historiserende antropologie zijn. Familiegeschiedenis geeft een inzicht in het leven van alledag van de mensen uit het verleden die normaler wijze verdwijnen in de anonimiteit van de statistieken van de sociaal-historische onderzoeken. Het geeft inzicht in verbanden tussen mensen en families en verbind het heden met verleden op een heel persoonlijke wijze.

Noten


  1. Regionaal Historisch Centrum Limburg, home.wxs.nl/~raljmr/images/raadpleg.gif (december 1999). 

  2. Dit artikel is gepubliceerd in het Mededelingenblad van de Studiegroep Geslachten Drost 22 (2013) 6–8. PDF versie 

  3. A.D. de Jonge, ‘Welke functie heeft de genealogie en voor wie?’ De Maasgouw, 107 (1988) 227–235. 

  4. Ton Zwaan (red.), Familie, huwelijk en gezin in West-Europa, derde druk. (Amsterdam en Heerlen: Boom en Open Universiteit, 1993) 19. 

  5. Filip Bastiaen, ‘Wat is een echte familiegeschiedenis?’ Vlaamse Stam, 29 (1990); P.J.K. van Werkhoven, ‘Utopie en werkelijkheid’, Vlaamse Stam, 26 (1990); Jozef van de Casteele, ‘Enkele kanttekeningen bij een familiegeschiedenis’, Vlaamse Stam, 26 (1990) en Filip Bastiaen, ‘Familiegeschiedenis: een wederwoord’, Vlaamse Stam, 26 (1990). 

  6. Filip Bastiaen, ‘Wat is een echte familiegeschiedenis?’ Vlaamse Stam, 29 (1990). 

  7. J.M.E. Worms et al., Cultuurwetenschappelijke vaardigheden. Vademecum, derde druk. (Heerlen: Open Universiteit, 1998) 27–28. 

  8. Régis de La Haye, Limburgse voorouders. Handleiding voor genealogisch onderzoek in Limburg, tweede druk. (Maastricht, 1994) 29. 

  9. Anton Blok, ‘Historiserende antropologie in Nederland: Inleiding’, Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis, 6 (1980) 101–111. 

  10. Peter Boekhorst, Peter Burke en Willem Nijhof (red.), Cultuur en maatschappij in Nederland 1500–1850, (Meppel en Heerlen: Boom en Open Universiteit, 1992) 32. 

  11. Peter Kloos, Culturele antropologie. Een inleiding, (Assen, 1995) 41. 

  12. de Jonge (1988) 231. Zie ook de La Haye (1994) 227–230. 

  13. Régis de La Haye, ‘Wat bezielt de genealoog? Een overpeinzing op het raakvlak van genealogie en theologie’, Limburgs Tijdschrift voor Genealogie, 17 (1989) 103–104. 

4 reacties op “Genealogie: Wetenschap of tijdverdrijf?

  1. Beste Leonard,

    Een familiegeschiedenis is een persoonlijke zoektocht en het zal zeker nooit zo zijn dat alle genealogen wetenschappelijk te werk gaan. Mijn ideaalbeeld is dat de universele stamboom professioneel uitgewerkt wordt. Deze informatie kan dan door historici en andere onderzoekers gebruikt worden om op nieuwe manieren te interpreteren en nieuwe inzichten in de geschiedenis te verschaffen.

  2. Dank je, Peter, sinds ik zelf cursussen geef over deze materie, bemerk ik ALTIJD dat elke amateur-genealoog een eigen wijze ziens- en werkwijze heeft (ontwikkeld).
    Zolang dit blijft, wat ik overigens óók positief vind, zal genealogie nóóit een wetenschap worden.
    Waar wel veel aan ‘gewerkt’ wordt, is dat genealogie als onderdeel van een historische studie wordt bezien.

    L.P. van Kessel

  3. Volgens mij is een wetenschap een studie die als basis vastgelegde afspraken heeft, met betrekking tot afgebakende vastlegging, resp. afgesproken vastlegging van de relevante gegevens in die ‘wetenschap’.
    Zolang deze beoefening door ‘Jan en alleman’, waaronder ook ondergetekende behoort, verwerkt wordt zonder vastomlijnde afspraken is het géén wetenschap.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *